Naar inhoud springen

verzekerd

Uit WikiWoordenboek
  • ver·ze·kerd
  • vervoeging van verzekeren: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen verzekerdverzekerderverzekerdst
verbogen verzekerdeverzekerdereverzekerdste
partitief verzekerdsverzekerders-

verzekerd [1]

  1. gewis, stellig, vast, vaststaand, zeker [2]
  2. wie een verzekering heeft
vervoeging van: verzekeren…
verbogen vorm: verzekerde

verzekerd

  1. voltooid deelwoord van verzekeren
    ▸ Je kunt ervan verzekerd zijn dat híj ook heel wat mist.[3]
    ▸ Moge Gods steun U en de Uwen verzekerd zijn.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. ↑
    Victoria Holt
    “De bruid van Pendorric” (1973), SAGA Egmont, ISBN 9788726955583
  4. ↑
    Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  5. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be