creditboy
Uiterlijk
- cre·dit·boy
- samenstelling van  credit en  boyÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | creditboy | creditboys |
| verkleinwoord |
deâcreditboyâm
- jongere die een slachtoffer met beloftes, chantage of bedreiging overhaalt om op krediet een smartphoneabonnement af te sluiten. De creditboy gaat ervandoor met de telefoon en laat het slachtoffer achter met hoge schulden
- Het woord creditboy staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.