Naar inhoud springen

samenstelling

Uit WikiWoordenboek
  • sa·men·stel·ling
enkelvoud meervoud
naamwoord samenstelling samenstellingen
verkleinwoord samenstellinkje samenstellinkjes

desamenstellingv

  1. de onderdelen waaruit iets bestaat
     Voorspelbaar als een boterham met pindakaas, het wekelijkse vakgroepoverleg, zowel qua samenstelling als qua inhoud.[1]
     Perseverance is uitgerust met stereocamera's, een wendbare robotarm en gevoelige laserapparatuur om metingen te doen aan de samenstelling van Marsstenen.[2]
    • In de analytische chemie richt men zich op het bepalen van de samenstelling van een materiaal. 
  2. (taalkunde) een woord dat gevormd is door twee of meer onafhankelijke woorden aan elkaar te koppelen
    • samenstellingen van zelfstandige naamwoorden: huisdeur is een samenstelling van de zelfstandige naamwoorden huis en deur, blindenwandelstok 
    • : Het laatste deel geeft aan om wat voor ding het gaat; het eerste deel specificeert het laatste deel: een blindenwandelstok is dus een wandelstok voor blinden. 
    • Een samenstelling waarin het eerste lid een aantal nevengeschikte elementen bevat die binnen de context van het woord een geheel vormen, wordt niet als een samentrekking van twee afzonderlijke samenstellingen beschouwd, maar als een samenstelling met een meerledig eerste lid. Als zodanig wordt het aan elkaar geschreven, waarbij de elementen die het eerste lid vormen worden gescheiden door koppeltekens. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
  2. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be