Naar inhoud springen

meedoen

Uit WikiWoordenboek
  • mee·doen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meedoen
/ˈmedun/
deed mee
deden mee
/detˈme/
/ˌdedə(n)ˈme
meegedaan
/ˈmeÉĢəˌdan/
onregelmatig volledig

meedoen

  1. inergatief tegelijk met anderen iets doen
    • Hij wilde graag met het spel meedoen. 
    â–ļ Tatertot was helemaal op dreef en had inmiddels geregeld dat Necktie met zijn gitaar kon meedoen met de lokale bluegrassband die in de brouwerij aan het spelen was.[1]
    â–ļ Daar mag je aan meedoen als je een team hebt met een coach.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. ↑
    Frederik Backman
    “Britt-Marie was hier” (2015), Q, ISBN 9789021400679
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be