Naar inhoud springen

kutí

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /kƊciː/
  • ku·tí
  • Afgeleid van het werkwoord kout met het achtervoegsel -í

kutí o

  1. het smeden

kutí

  1. genitief meervoud van kutě

kutí

  1. nominatief bezield mannelijk meervoud van kutÃ―
  2. vocatief bezield mannelijk meervoud van kutÃ―

kutí

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord kutit
  2. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord kutit