Naar inhoud springen

hutkoffer

Uit WikiWoordenboek
  • hut·kof·fer
enkelvoud meervoud
naamwoord hutkoffer hutkoffers
verkleinwoord hutkoffertje hutkoffertjes

de hutkoffer m

  1. een grote bagagekist
    â–ļ Cornelia heeft een hutkoffer voor je ingepakt.[1]
    â–ļ 'Thea, ben jij op de vliering geweest? Heb je in je moeders hutkoffer gesnuffeld?' Ze kijken elkaar aan.[2]
98 %van de Nederlanders;
81 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be