Naar inhoud springen

duisternis

Uit WikiWoordenboek
het licht dat schijnt in de duisternis
  • duis·ter·nis
  • In de betekenis van ‘afwezigheid van licht’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • afgeleid van duister met het achtervoegsel -nis
enkelvoud meervoud
naamwoord duisternis duisternissen
verkleinwoord

de duisternis v

  1. een toestand van weinig of geen verlichting
    • Door de invallende duisternis werd het onmogelijk de zoektocht voort te zetten. 
    ▸ Even was hij twintig jaar terug, in de commandotoren van een u-boot, die geruisloos Wilhelmshaven uit voer, met gedoofde lichten, de duisternis in.[2]
    ▸ De balustrade kraakt, en Maren trekt haastig de mantel van haar schouders en tuurt omhoog in de duisternis.[3]
    ▸ De baardragers schuiven de nieuwe grafplaat op zijn plaats en een dienstmeid knielt bij de verdwijnende duisternis.[3]
  2. (figuurlijk) een toestand van weinig of geen geestelijke verlichting
    ▸ Hoewel deze terugkeer naar de kou en de duisternis een nuttige halte in zijn leven was geworden, stond zijn trein in het station voor onderhoud en om na te denken.[5]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]