dubbelschaak
Uiterlijk
- Geluid:  dubbelschaak    (hulp, bestand)
- dub·bel·schaak
- samenstelling van  dubbel en  schaakÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dubbelschaak | - |
| verkleinwoord | dubbelschaakje | dubbelschaakjes |
- (schaak) het schaak zetten van de koning met twee stukken
- Het woord 'dubbelschaak' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.