dolboord
Uiterlijk

- dol·boord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dolboord | dolboorden |
| verkleinwoord |
- (scheepvaart) bovenste rand van een (roei)boot
- Het woord dolboord staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dolboord" herkend door:
| 38 % | van de Nederlanders; |
| 25 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ dolboord op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 38 %
- Prevalentie Vlaanderen 25 %