dekgeld
Uiterlijk
- dek·geld
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dekgeld | dekgelden |
| verkleinwoord |
hetâdekgeldâo
- (veeteelt) geld dat de eigenaar van een mannelijk dier krijgt voor het bevruchten van een vrouwelijk dier
- Die stal, met pakweg twaalf werknemers en honderd paarden, kost Visser naar eigen zeggen âmeer dan 100.000 euro per maandâ. Zijn enige inkomsten zijn nu dekgeld en prijzengeld. Een betere ruiter dan Gerco SchrÃķder kan hij zich in dat opzicht overigens niet wensen. Sinds zijn olympische succes sprong de kleine Tubbergenaar bijna 600.000 euro bij elkaar. [2]Â
- Als de hengst die prestatie volgend jaar op de baan kan realiseren, staan merries uit de hele wereld in de rij om door hem te worden bevrucht - voor dekgelden van enkele honderdduizenden euro's. En als de hengst van zestien miljoen dan in Ierland ter dekking staat, is dat vrij van inkomstenbelasting; de Ierse overheid int geen belasting over inkomsten die zijn verkregen uit dekkingen door paarden. [3]Â
- Het woord dekgeld staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dekgeld" herkend door:
| 82Â % | van de Nederlanders; |
| 73Â % | van de Vlamingen.[4] |
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â Tubantia 09-06-13 De strijd van Gerco SchrÃķder en zijn stal
- â NRC Jacob Melissen 16 maart 2006 Miljoenen voor een paard zonder naam en palmares
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Veeteelt in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 82 %
- Prevalentie Vlaanderen 73 %