Naar inhoud springen

broedtijd

Uit WikiWoordenboek
  • broed·tijd
enkelvoud meervoud
naamwoord broedtijd broedtijden
verkleinwoord - -

de broedtijd m

  1. de tijd waarin een vogel broedt
    • De broedtijd van de fuut is meestal een paar maanden. 
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be