Naar inhoud springen

boomzaag

Uit WikiWoordenboek
Éénhands boomzaagje met beugel
  • boom·zaag
enkelvoud meervoud
naamwoord boomzaag boomzagen
verkleinwoord - -

de boomzaag v / m

  1. (gereedschap) lange, brede spanzaag om bomen mee door te zagen
94 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[1]
  1. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be