Dioriet
| Dioriet | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indeling der stollingsgesteenten | ||||
| % SiO2 | uitvloeings- gesteente |
gang- gesteente |
diepte- gesteente | |
| felsisch | >~70 | ryoliet | granofier | graniet |
| ~70-63 | daciet | granodioriet | ||
| intermediair | 63-52 | andesiet | dioriet | |
| mafisch | 52-45 | basalt | doleriet | gabbro |
| ultramafisch | <45 | komatiiet | peridotiet | |
Dioriet is een grofkristallijn stollingsgesteente met een intermediaire, silicaverzadigde samenstelling. Het bestaat uit het mineraal plagioklaas en kleinere aandelen amfibool, pyroxeen, kwarts en kaliveldspaat. Het komt meestal voor als diepte- of ganggesteente.
Eigenschappen
[bewerken | brontekst bewerken]
De fijnkorrelige (afanitische) variant van dioriet is andesiet. Dioriet heeft een grofkorrelige, faneritische textuur met kristallen die gemiddeld groter dan 1 mm zijn. De naam komt van het Griekse woord diorizein voor "onderscheiden", waarmee bedoeld wordt dat de mineralen met het blote oog te onderscheiden zijn. Met name gaat het dan om het mineraal amfibool (voornamelijk hoornblende) dat met zijn ruitvormige aansneden duidelijk herkenbaar is. Normaal gesproken bevat dioriet meer amfibool dan pyroxeen en niet meer dan 50% mafische mineralen. Daarvan kan ook een klein deel uit biotiet bestaan.
Dioriet is ook erg rijk aan natrium-plagioklaas (oligoklaas of andesien). Volgens de IUGS-classificatie dient van alle veldspaat in dioriet minstens 90% uit plagioklaas te bestaan. Verder moet het modale aandeel kwarts tussen de 0-5% liggen.[1] Dioriet onderscheidt zich van anorthosiet in dat het meer dan 10% mafische mineralen bevat. Het onderscheidt zich van gabbro in het natriumgehalte van de plagioklaas: anorthiet vormt minder dan 50% van de plagioklaas in dioriet.[1]
Dioriet bevat minder kaliveldspaat en kwarts dan monzoniet, monzodioriet en granodioriet. Als minder dan 90% van de veldspaat uit plagioklaas bestaat heet gesteente monzodioriet. Bij een lager volumepercentage dan 65% is de naam monzoniet. Grofkorrelig stollingsgesteente dat even rijk is aan plagioklaas maar 5-20% kwarts bevat heet kwarts-dioriet. Bij meer dan 20% kwarts gaat dit over in tonaliet. Als het gesteente in plaats van kwarts 0-10% veldspaatvervangers (foïden) bevat, heet het foïdehoudend dioriet. Bij 10-60% veldspaatvervangers is de naam foïde-dioriet en bij meer dan 60% veldspaatvervangers heet het foidoliet.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Voetnoten
Bronnen en verwijzingen
- (en) Le Maitre, R.W. (ed.); Streckeisen, A.; Zanettin, B.; Le Bas, M.J.; Bonin, B.; Bateman, P.; Bellieni, G.; Dudek, A.; Efremova, F.; Keller, J.; Lameyre, J.; Sabine, P.A.; Schmid, R.; Sørensen, H. & Woolley, A.R., 2002: Igneous Rocks, A Classification and Glossary of Terms, Recommendations of the International Union of Geological Sciences Subcommission on the Systematics of Igneous Rocks (2nd ed.), Cambridge University Press, ISBN 978-0-521-66215-4.