Naar inhoud springen

prikkel

Uit WikiWoordenboek
  • prik·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord prikkel prikkels
prikkelen
verkleinwoord prikkeltje prikkeltjes

deprikkelm

  1. gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing
    • De prikkel van de sporen deed het paard een uiterste poging wagen. 
     In het zuidoostelijke deel van Europa blokkeerden de Ottomanen de handelsroutes naar het oosten, waardoor er een prikkel ontstond om nieuwe handelsroutes te verkennen.[2]
     Altijd, op elk ogenblik, zal er de prikkel der overwinning zijn, de sensatie een vijand te vertrappen die hulpeloos is.[3]
  2. doornen van prikkelende voorwerpen, planten
    • Pas op! Anders zit je midden in de prikkels. 
vervoeging van
prikkelen

prikkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prikkelen
    • Ik prikkel. 
  2. gebiedende wijs van prikkelen
    • Prikkel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prikkelen
    • Prikkel je? 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. prikkel op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Bloemendal
    “Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312541
  3. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be