nonneke
Uiterlijk
- non·ne·ke
- afgeleid van  non zn met het achtervoegsel -ke en met het invoegsel -e- [1]
- [2] omdat het uiterlijk aan vrouwelijke kloosterlingen doet denken
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | nonneke | nonnekes |
hetânonnekeâo
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord non
- âļ Er was een opbod van verontwaardiging, zeker als er een tante nonneke of een nonkel pater in de buurt was.[2]
- benaming voor de huiszwaluw, Delichon urbicaÂ
- âļ Volksnamen voor de zwaluw zijn: witgatje, witbuikje, ook wel: nonneke.[3]
- [1]Â tante nonnekezuster van moeder of vader die kloosterlinge is
- Dit is Belgisch-Nederlands, maar ook in BelgiÃŦ geen standaardtaal. [4]
- Het woord 'nonneke' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- frequentie in teksten in het Nederlands uit BelgiÃŦ, op een 7-puntsschaal: [4]
- Â Â Â Â Â Â Â Â 3
- frequentie in teksten uit BelgiÃŦ, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [4]
- Â Â Â Â Â Â Â Â 5
- â nonneke op website: Etymologiebank.nl
- â Knack in: Ludo Permentier & Rik SchutzTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, nonneke
- â
Weblink bron H.H. KnippenbergâZon over het leven.â (1948), Uitgeverij Helmond, Helmond, p. 46 - 1 2 3 Ludo Permentier & Rik SchutzâTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingenâ (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, nonneke
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ke in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal