mallerd
Uiterlijk
- mal·lerd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mallerd | mallerds |
| verkleinwoord | mallerdje | mallerdjes |
deâmallerdâm
- (persoon) iemand die zich gek, raar of grappig gedraagt
- âļ âDe spin heeft een huilbui gehad!â zegt Rintje, en hij wijst naar de druppels die in het web hangen. âDat zijn regendruppels, mallerdâ, zegt oma.[1]
- Het woord mallerd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- â
Weblink bron Sieb PosthumaâRintje Niet moe!â (22 september 2011) op nrc.nl
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -erd in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal