Naar inhoud springen

koffers

Uit WikiWoordenboek
  • kof·fers

de koffers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord koffer
    â–ļ Ze kwamen hiernaartoe via Parijs of Toulouse, Madrid of Barcelona, beladen met dozen verf en boeken - en typemachines om hun eigen boeken op te schrijven - en koffers met hun initialen erop, koffers die soms op de grond vielen omdat ze zo onhandig waren met de dorpsezels.[1]
    â–ļ Ik open de achterbak, duw de lege urn met ruwe bewegingen tussen onze koffers en gooi de achterklep met een knal dicht.[2]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280