Naar inhoud springen

japon

Uit WikiWoordenboek
  • ja·pon
  • In de betekenis van ‘jurk’ voor het eerst aangetroffen in 1717 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord japon japonnen
verkleinwoord japonnetje japonnetjes

de japon m

  1. (kleding) lang kledingstuk voor vrouwen
    ▸ Ze maakte een dramatische kniebuiging, waarbij ze de zoom van haar japon van satijnen brokaat iets optilde.[3]
    ▸ Hoe was het spektakel bij de Sarragons?' Thea legt de japon over de rugleuning van een stoel en slaat haar armen om Walters hals.[4]
98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[5]