honing
Uiterlijk

- ho·ning
- In de betekenis van ‘stof door bijen uit bloemvocht bereid’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | honing | honingen |
| verkleinwoord | - | - |
- (imkerij), (voeding) een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen, waarna deze door o.a. mensen wordt geconsumeerd
- ▸ ' Tante June ging er niet op in en glimlachte naar me toen we de tafel dekten en de puree, ham, de geglaceerde worteltjes met honing en het zelfgebakken brood op tafel zetten.[5]
- ▸ Ze wil niet toegeven dat ze die kaarsen voor haarzelf heeft gekocht, als herinnering aan de tijd dat het hele huis vaag naar honing rook.[6]
- Hij at een broodje met honing.
Een plek waar het goed en voorspoedig leven is
Tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen
Door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden
Weggaan of verhuizen vanwege het vooruitzicht op een beter leven elders [7]
Werken wordt beloond |
1. een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
|
|
- Het woord honing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "honing" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "honing" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ honing op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Amanda Peters“De bessenplukkers” (2023), Ambo Anthos, ISBN 9789026368202
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ Toespeling op de dichtregel "Een geur van hooger honing verbitterde de bloemen, Een geur van hooger honing verdreef ons uit de woning.", Martinus Nijhoff (1894-1953), Het lied der dwaze bijen.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
honing
- (imkerij) honing; een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
honing
- (imkerij) honing; een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Imkerij in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Imkerij in het Nedersaksisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws
- Imkerij in het Veluws