Naar inhoud springen

honing

Uit WikiWoordenboek
Een pot honing
  • ho·ning
  • In de betekenis van ‘stof door bijen uit bloemvocht bereid’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord honing honingen
verkleinwoord - -

de honing m [3] [4]

  1. (imkerij), (voeding) een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen, waarna deze door o.a. mensen wordt geconsumeerd
    ▸ ' Tante June ging er niet op in en glimlachte naar me toen we de tafel dekten en de puree, ham, de geglaceerde worteltjes met honing en het zelfgebakken brood op tafel zetten.[5]
    ▸ Ze wil niet toegeven dat ze die kaarsen voor haarzelf heeft gekocht, als herinnering aan de tijd dat het hele huis vaag naar honing rook.[6]
    • Hij at een broodje met honing. 
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[8]
  1. ↑ "honing" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. ↑ honing op website: Etymologiebank.nl
  3. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. ↑
    Amanda Peters
    “De bessenplukkers” (2023), Ambo Anthos, ISBN 9789026368202
  6. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  7. ↑ Toespeling op de dichtregel "Een geur van hooger honing verbitterde de bloemen, Een geur van hooger honing verdreef ons uit de woning.", Martinus Nijhoff (1894-1953), Het lied der dwaze bijen.
  8. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

honing

  1. (imkerij) honing; een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen

honing

  1. (imkerij) honing; een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen