Naar inhoud springen

getuigen

Uit WikiWoordenboek
  • ge·tui·gen
  • In de betekenis van ‘als getuige verklaren’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • afgeleid van tijgen met het voorvoegsel ge-
  • Afgeleid van getuige [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
getuigen
getuigde
getuigd
zwak -d volledig

getuigen

  1. inergatief ~ over: een veelal beëdigde verklaring afleggen ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
    • Hij zal daarover getuigen kunnen. 
  2. getuigen van: bewijzen dat iets of iemand over bepaalde eigenschappen beschikt
    ▸ 'Monsignore, uw woorden getuigen van wijsheid en doorzicht.[3]
    ▸ De oorlogsmetaforen getuigen hiervan.[4]


de getuigen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord getuige
    ▸ De getuigen die het kenteken noteren, maar niet volledig.[5]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]