Naar inhoud springen

broden

Uit WikiWoordenboek
  • bro·den

de broden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord brood
    ▸ Ik denk dat mijn man de broden nog zou kopen als ze van Beëlzebub zelf afkomstig waren.[1]
    ▸ 'De helft van de oogst is tot broden geperst voordat de partij werd verscheept,' zegt Meermans.[1]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526