Operatie Entebbe
| Operatie Entebbe | ||||
|---|---|---|---|---|
Israëlische commando's van de Sayeret Matkal na de operatie | ||||
| Datum | 4 juli 1976 | |||
| Locatie | luchthaven van Entebbe, Oeganda. | |||
| Resultaat | 102 van 106 gegijzelden bevrijd, | |||
| Strijdende partijen | ||||
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
|
| ||||
| Troepensterkte | ||||
| ||||
| Verliezen | ||||
| ||||

Operatie Entebbe vond in de nacht van 3 juli op 4 juli 1976 plaats op de luchthaven van Entebbe in Oeganda. Het was een bevrijdingsactie van het Israëlisch defensieleger om Israëlische burgers en andere Joodse gegijzelden te bevrijden die door Duitse en Palestijnse terroristen waren gegijzeld na een vlucht uit Athene. De gegijzelden waren vanwege hun Joodse afkomst door de terroristen gescheiden van de andere passagiers.
Kaping en gijzeling
[bewerken | brontekst bewerken]Op 27 juni 1976 werd Air France-vlucht 139, onderweg van Tel Aviv naar Parijs met een tussenstop in Athene, gekaapt door twee leden van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) en twee Duitse leden van de links-radicale Revolutionäre Zellen. Aan boord bevonden zich 248 passagiers en 12 bemanningsleden. Na de kaping werd het toestel eerst naar Benghazi in Libië gevlogen, waar het werd bevoorraad, en vervolgens naar de luchthaven van Entebbe in Oeganda. Daar kregen de kapers steun van het regime van president Idi Amin.
In Entebbe werden de gijzelaars ondergebracht in een verlaten terminalgebouw. De kapers eisten de vrijlating van tientallen Palestijnse en andere militanten die gevangen zaten in Israël en verschillende andere landen. In de daaropvolgende dagen lieten zij de meeste niet-Israëlische en niet-Joodse passagiers vrij. Uiteindelijk bleven ongeveer honderd Israëlische en Joodse gijzelaars, evenals de Franse bemanning die vrijwillig bij de gijzelaars bleef, achter in Entebbe.
Bevrijdingsactie
[bewerken | brontekst bewerken]Terwijl diplomatieke onderhandelingen werden gevoerd, bereidde Israël in het geheim een militaire reddingsoperatie voor. Op basis van inlichtingen van de Mossad, getuigenverklaringen van vrijgelaten passagiers en bouwtekeningen van de luchthaven werd een gedetailleerd aanvalsplan opgesteld. In de avond van 3 juli 1976 vertrokken vier transportvliegtuigen van het type C-130 Hercules met ongeveer honderd commando's naar Oeganda, een afstand van ruim 4.000 kilometer.
Kort na middernacht landde de Israëlische aanvalsmacht op de luchthaven van Entebbe. Om de Oegandese bewaking te misleiden reden commando's vanaf het vliegtuig in een zwarte Mercedes-Benz en enkele Land Rovers die leken op het voertuigenkonvooi van president Amin. Nadat de verrassing grotendeels verloren was gegaan, openden de commando's het vuur op de bewakers en drongen zij het terminalgebouw binnen.
De kapers werden binnen enkele minuten gedood en de gijzelaars bevrijd. Tegelijkertijd schakelden andere Israëlische eenheden Oegandese militairen uit die verzet boden en vernietigden zij meerdere gevechtsvliegtuigen van de Oegandese luchtmacht om achtervolging te voorkomen. De gehele operatie op de grond duurde minder dan een uur.
Het uiteindelijke dodental was 56 (45 Oegandese militairen, zeven kapers, drie gegijzelden en Netanyahu). Twee gegijzelden kwamen om tijdens de bevrijdingsactie. Eén gegijzelde, de 75-jarige Dora Bloch, was de dag voor de bevrijding opgenomen in het plaatselijke ziekenhuis en kon zodoende niet bevrijd worden. Zij werd de dag erna door Oegandese militairen vermoord. De Oegandese dictator Idi Amin verdacht buurland Kenia van samenwerking met Israël bij de operatie en liet honderden in Oeganda woonachtige Kenianen vermoorden.[1]
De militaire codenaam voor de operatie was Operatie Thunderbolt. De operatie is – als eerbewijs aan de bij de actie gesneuvelde Jonathan Netanyahu – postuum ook met "Operatie Jonathan" aangeduid. Het publiek en de media gebruiken de niet-officiële term "Operatie Entebbe". De operatie werd meermalen verfilmd.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- 7 Days in Entebbe (2018)
- ↑ Entebbe raid and how it strained Kenya-Uganda ties, The Standard, 3 september 2013