Naar inhoud springen

Energiebesparing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Bioscoopjournaal uit 1980 over energiebesparing, waarin een boer wordt geïnterviewd die zelf een windmolen heeft gebouwd, waarmee hij in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien.

Energiebesparing verwijst naar alle energiebesparende maatregelen om de consumptie van brandstoffen te verminderen. Het kan worden bereikt door efficiënter gebruik te maken van energie: hetzelfde doen met minder energie. Men kan ook energie besparen door minder gebruik te maken van de dienst die de energie verbruikt. Energiebesparing kan leiden tot kapitaalsverhoging, minder belasting van het milieu, verminderde energieafhankelijkheid. Energieverbruikers zoals organisaties, maar ook individuele personen, willen zo weinig mogelijk energie verbruiken om de energiekosten te drukken wat de economische zekerheid bevordert. Industriële en commerciële gebruikers willen de efficiëntie verhogen om een zo groot mogelijke winst te realiseren.

Besparing op het gebruik van elektriciteit en gas vormt een belangrijk onderdeel van het energiebeleid. Energiebesparing vermindert het energieverbruik en de vraag naar energie per inwoner. Het compenseert dus een deel van de groei in de energievoorziening die nodig is om gelijke tred te houden met de bevolkingsgroei. Dit vermindert de stijging van de energiekosten, waardoor de behoefte aan nieuwe centrales en energie-import uit andere landen wordt teruggedrongen. De verminderde vraag naar energie kan zorgen voor meer flexibiliteit bij het kiezen van de meest gewenste methoden van energieproductie, zoals duurzame energie in de vorm van windenergie, zonne-energie, bio-energie, aardwarmte en waterenergie.

Redenen om over te gaan tot energiebesparing

[bewerken | brontekst bewerken]

Oorzaken die extra energiebesparende maatregelen vereisen zijn, naast de monetaire aspecten, het gebrek aan beschikbaarheid van de energievorm of -bron of nadelige effecten hebben op het gebruik:

Beleid in Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

Energiebesparing is een zaak van lange adem en wordt daarom regelmatig door verschillende organisaties onder de aandacht van het grote publiek gebracht:

  • 1997
In Europees verband streefde Nederland naar gezamenlijke inspanningen als vervolg op het Kyoto-protocol. Het Kyoto-protocol (1997) is het protocol bij op het Klimaatverdrag (1992), en streeft nu naar een besparing van 20% van de uitstoot van broeikasgassen in Europees verband. Hier telt niet alleen koolstofdioxide (CO2) mee, maar ook de uitstoot van andere broeikasgassen mee, zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O).
De regering wil anno 2014 de volgende doelen bereiken:
verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, in 2020 met 14% vergeleken met 1990;
  • het tempo van energiebesparing de komende jaren verdubbelen van 1% (nu) naar 2% per jaar;

Deze doelen zijn verder uitgewerkt in het Energieakkoord.

Ongeveer een kwart van de broeikasgasuitstoot komt direct van huishoudens. De aanschaf van goederen zorgt dat huishoudens indirect voor een groter percentage verantwoordelijk zijn.

In 2014 lag de uitstoot van Nederland iets onder die van 1990. Het verschil was 6 procent, blijkt uit het Natuur- en Milieucompendium van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen Universiteit (WUR).

Beleid in België

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de staatshervorming van 1980 bestaat er inzake energiebeleid een samenwerkingsakkoord[1] tussen de federale overheid en de gewesten over de bevoegdheidsverdeling, met ENOVER (in het Frans: CONCERE) als overlegorgaan.

Energiebesparing in woningen

[bewerken | brontekst bewerken]

Energiebesparing in woningen kan worden gerealiseerd door een combinatie van bouwkundige maatregelen, efficiënte technische installaties en aangepast gebruikersgedrag.[2] Tot de meest toegepaste maatregelen behoren de isolatie van daken, gevels, vloeren en ramen, evenals investeringen in energiezuinige verwarmingssystemen en ventilatievoorzieningen.[2]

Een goed geïsoleerde woning verliest minder warmte tijdens koude periodes en warmt minder snel op tijdens warme periodes, waardoor zowel het energieverbruik voor verwarming als voor koeling kan afnemen.[3][4] Energiebesparing in woningen wordt daarom vaak beschouwd als een belangrijk onderdeel van het energiebeleid, aangezien een lager verbruik kan bijdragen aan lagere energiekosten en een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.[5]

Gedragsmatige energiebesparing

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast technologische oplossingen speelt het gedrag van bewoners een belangrijke rol bij energiebesparing.[6] Zonder grote investeringen kunnen huishoudens hun energieverbruik verminderen door verlichting uit te schakelen wanneer die niet nodig is, elektronische toestellen volledig uit te schakelen in plaats van ze in stand-bymodus te laten staan en verwarming bewust te gebruiken.[7]

Ook het regelmatig opvolgen van het energieverbruik kan bijdragen aan energiebesparing, doordat gebruikers een beter inzicht krijgen in hun verbruikspatronen en eventuele verspilling sneller kunnen identificeren.[8][9]

Daarnaast kunnen eenvoudige gewoonten, zoals een bewust gebruik van warm water, het beperken van onnodig elektriciteitsverbruik en het optimaliseren van ventilatie, bijdragen aan een lager energieverbruik op lange termijn.[10]

Energieverslinders in huishoudens

[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen huishoudens behoren ruimteverwarming, de productie van sanitair warm water en bepaalde elektrische toestellen tot de grootste energieverbruikers.[11] Het energieverbruik van een woning wordt bovendien beïnvloed door de energieprestaties van aanwezige toestellen en de manier waarop deze worden gebruikt.

Ook sluimerverbruik kan bijdragen aan een hogere elektriciteitsfactuur. Elektronische apparaten die permanent zijn aangesloten of zich langdurig in stand-bymodus bevinden, blijven vaak elektriciteit verbruiken, zelfs wanneer zij niet actief worden gebruikt.[12]

Het identificeren van energieverslinders vormt daarom een belangrijk onderdeel van energiebesparingscampagnes. Door energie-intensieve toepassingen op te sporen en efficiënter te gebruiken, kunnen huishoudens hun totale energieverbruik beperken.[13]

Energiebesparing voor huurders

[bewerken | brontekst bewerken]

Ook huurders kunnen bijdragen aan energiebesparing, hoewel structurele renovaties zoals dakisolatie, gevelisolatie of de vervanging van ramen doorgaans onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de woning vallen.[14]

Huurders kunnen hun energieverbruik onder meer verminderen door verwarmingsinstallaties correct te gebruiken, warmteverlies te beperken, bewust om te gaan met verlichting en elektrische toestellen en energiezuinige gewoonten toe te passen in het dagelijks leven.[15]

Ook zonder ingrijpende verbouwingen kunnen dergelijke maatregelen leiden tot een merkbare vermindering van het energieverbruik en de energiekosten.[16]

Slimme technologie en energiebesparing

[bewerken | brontekst bewerken]

Digitale technologieën spelen een steeds grotere rol bij energiebesparing. Slimme thermostaten, digitale energiemeters, energiebeheersystemen en mobiele toepassingen maken het mogelijk om energieverbruik nauwkeuriger op te volgen en te analyseren.[17]

Door gedetailleerd inzicht te bieden in verbruikspatronen kunnen dergelijke technologieën gebruikers helpen om hun energiegebruik beter af te stemmen op hun werkelijke behoeften.[18]

Daarnaast bestaan er toepassingen en digitale hulpmiddelen die gebruikers ondersteunen bij het monitoren van hun energieverbruik, het opsporen van inefficiënties en het evalueren van mogelijke besparingsmaatregelen.[19]

Seizoensgebonden energiebesparing

[bewerken | brontekst bewerken]

De mogelijkheden voor energiebesparing verschillen afhankelijk van het seizoen. Tijdens de winter ligt de nadruk doorgaans op een efficiënt beheer van verwarming, het beperken van warmteverlies en het optimaal benutten van isolatievoorzieningen.[20]

In de lente en de zomer verschuift de aandacht vaker naar natuurlijke ventilatie, zonwering en het beperken van de behoefte aan actieve koeling.[21]

Het efficiënt gebruik van ventilatiesystemen, zonwerende maatregelen en koelsystemen kan bijdragen tot een lager energieverbruik tijdens warme periodes.[22]

Door energiebesparende maatregelen aan te passen aan de seizoensomstandigheden kunnen huishoudens hun energieverbruik gedurende het hele jaar optimaliseren.[23]